Hygiëne is op elke leeftijd belangrijk

De Covid-19-pandemie heeft een sub-generatie van kinderen gecreëerd die vastbesloten zijn dat hygiëne voor alles gaat: kleintjes vegen oppervlakken af in restaurants, eisen dat bezoekers hun handen wassen en kijken uit naar temperatuurcontroles.

Uiteraard is dit gechargeerd, maar wij zijn wel bezig om kinderen een hele nieuwe levensstijl aan te meten die geënt is op hygiëne. Hygiëne wordt steeds belangrijker in ons dagelijks leven en is één van de essentiële factoren in de ruimte waar wij werken en recreëren (lees: horeca).

Het afweersysteem van kinderen is volop in ontwikkeling. Via andere kinderen en doordat ze materialen en toiletten gezamenlijk gebruiken, komen ze vaker in contact met allerlei ziekteverwekkers. Kinderen hebben daar nog weinig weerstand tegen opgebouwd en zijn daarom een kwetsbare groep.

Hygiënemaatregelen zijn noodzakelijk om (onnodige) overdracht van ziektekiemen tegen te gaan en schadelijke gevolgen tot een minimum te beperken. Infecties verspreiden zich ook wanneer er nog geen ziekteverschijnselen zichtbaar zijn. Als je aandacht besteed aan hygiëne verklein je de risico’s op ziektes. Denk aan bewust hygiënisch gedrag zoals handen wassen op de juiste momenten.

Omdat een kind infecties al kan verspreiden in de fase waarin het zelf nog geen ziekteverschijnselen vertoont, zijn goede hygiënemaatregelen noodzakelijk.

  • Via de handen.
  • Via de lucht in de groep (huidschilfers of stof).
  • Via druppels: bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, spugen of kwijlen.
  • Bloed-bloed contact: bij bijt- of krabincidenten.
  • Nauw onderling contact: bij spelen of andere activiteiten met nauw contact tussen kinderen onderling of tussen kinderen en medewerkers. Veelvuldig hand-mond contact kan ook zorgen voor overdracht van ziektekiemen.
  • Voedsel en/of water: door besmette producten te eten en drinken.
  • Voorwerpen: bijvoorbeeld spelmaterialen.
  • Dieren: via (huis)dieren en insecten.

We willen een gedragsverandering bij kinderen en jongeren teweegbrengen

Het is zaak om zoveel mogelijk jongeren te bereiken om zo interesse en bewustwording in het voorkomen van infectieziekten te vergroten. We willen een gedragsverandering bij kinderen en jongeren teweegbrengen. We laten hen zien wat ze zelf kunnen doen tegen de toenemende verspreiding van infectieziekten, zoals virussen. Welke impact kunnen zij maken? Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor vrienden, vriendinnen, broertjes, zusjes en ouders.’’

Gedragsverandering of het aanleren van gewenst gedrag gebeurt heel effectief via het onderwijs. Kinderen en pubers zetten soms vraagtekens bij lessen van hun ouders, terwijl wat ze op school leren veel eerder voor ’waar’ wordt aangenomen. Bovendien kunnen ze op deze manier hun ouders nog wat leren, school is dus héél belangrijk.

Hygiënerichtlijn voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang

Deze hygiënerichtlijn is geschreven voor alle medewerkers en beroepskrachten die werkzaam zijn in kinderdagverblijf, peuterspeelzalen of buitenschoolse opvang. De belangrijkste hygiëne-normen zijn in deze richtlijn op een rij gezet. De belangrijkste adviezen zijn in deze richtlijn op een rij gezet. Als u zich houdt aan de adviezen uit deze richtlijn, beperkt u het risico op het verspreiden van infectieziekten onder de kinderen en medewerkers.

Voor het luchten en ventileren gelden de volgende adviezen:
 Lucht tijdens het schoonmaken, stofzuigen en bedden verschonen.
 Lucht na het gebruik van verf of andere sterk ruikende spullen.
 Lucht s ’ochtend vroeg de ruimtes die in de nacht niet zijn geventileerd.
 Lucht tijdens het spelen en beweegspelletjes.
 Ventileer ook als de ruimtes leeg zijn.
 Alle ruimtes hebben ramen, roosters of een mechanische installatie.
 Alle ramen kunnen op kieren staan of zet mechanische toestellen op de hoogste ventilatiestand.
 Alle ruimtes kunnen dag en nacht, bij hitte en kou geventileerd worden.
Om te controleren of het ventileren en luchten ook zorgt voor een goed binnenmilieu kunt u de hoeveelheid kooldioxide (CO2) meten. Voor het controleren en meten van het gehalte kooldioxide gelden de volgende adviezen:
 Zorg voor een goed afleesbare CO2-meter, die met licht goed/matig/slecht aangeeft en de gegevens opslaat.
 Herstel de instellingen eens per twee weken voor correcte waarden en laat de meter een tijdje buiten staan of in een open raam.
 Plaats de CO2-meter op een plek waar geen ramen of deuren zijn waar ventilatie is.
 Houd het CO2-gehalte lager dan 1000 ppm, het liefst onder 800 ppm.
Tijdens activiteiten komt er meer stof in de lucht. Dit stof kan allerlei dingen bevatten, waaronder allergenen. Het inademen van stof kan bijvoorbeeld astma verergeren. Het is belangrijk om overal goed schoon te maken en stof te wissen.
Voor meer informatie over reinigen en ontsmetten gaat u naar BIOTEC 8

Buitenlands nieuws (Engels)