Groene middelen als bestrijdingsmiddel bij gewasbescherming

Ziekten, plagen en onkruiden zijn in de landbouw altijd aanwezig. Gewasbeschermingsmiddelen en gewasbeschermingsmaatregelen zorgen ervoor dat ziekten, plagen en onkruiden onder controle blijven. Middelen kunnen chemisch of niet-chemisch zijn (bijvoorbeeld biologisch). Gewasbeschermingsmiddelen kunnen schadelijke stoffen bevatten voor mens, dier en milieu. Daarom gelden er eisen voor de toelating en het gebruik van deze middelen. Onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan er onder andere toe leiden dat resten van gewasbeschermingsmiddelen terechtkomen in het oppervlaktewater. Door gebruik van te veel of niet-toegelaten middelen kunnen resten van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen of in het milieu achterblijven. Dit kan risico’s opleveren voor de voedselveiligheid en de instandhouding van ons milieu.

Natuurlijke vijanden en andere biologische bestrijders

Natuurlijke vijanden en biologische bestrijders worden vaker ingezet om planten te beschermen. U moet hierbij bijvoorbeeld denken aan sluipwespen, roofmijten of nematoden. Deze bestrijders vallen niet onder de gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Veel soorten zijn niet schadelijk voor onze inheemse planten en dieren. Deze mag u zonder ontheffing inzetten, zowel in als buiten kassen.

Sommige ziekten, plagen en onkruiden in de land- en tuinbouw kunnen worden bestreden door een natuurlijke vijand, ook wel ‘biologische bestrijders’ genoemd. Ze voorkomen de inzet van bestrijdingsmiddelen en dragen bij aan een duurzame en veilige voedselteelt. Voor het gebruik en de ontwikkeling van biologische bestrijding is het van belang dat soorten waarvan is vastgesteld dat zij niet schadelijk zijn voor natuurwaarden ingezet kunnen worden voor bestrijding.

Micro-organismen zoals bacteriën zijn van nature alom aanwezig.

Eén eetlepel bodem bevat evenveel bacteriën als er mensen op aarde zijn (7,6 miljard). Ze zitten in elke plant, in jezelf – onze stofwisseling ‘draait’ voor een groot deel op bacteriën – en er is een continue uitwisseling van genetisch materiaal. Ook als we reizen, reizen bacteriën mee en verspreiden ze zich. De omstandigheden zorgen ervoor dat een bacterie na soms wel eeuwen slaap ontwaakt en zich gaat delen. Er zijn bacteriën waarvan een individuele cel al een miljoen jaar leeft en er zijn er die 250 miljoen jaar als spore geconserveerd zijn geweest, waarna ze binnen een paar uur weer kunnen uitgroeien tot bacterie. Als de condities goed zijn, gaat er vanzelf wat groeien. Bacteriën zijn er dus altijd en overal. Met mest of compost, zoals we al eeuwen uitrijden over het land, komen er miljarden bacteriën in het milieu. Met dat in het achterhoofd maakt het weinig uit als je daar nog één bekende en geteste bacteriestam aan toevoegt.

Probiotica als gewasbeschermingsmiddel

Of een organisme – een schimmel, bacterie of virus – toegelaten moet worden als gewasbeschermingsmiddel is afhankelijk van wat er op het etiket staat, en het doel. De risicobeoordeling voor gewasbeschermingsmiddelen en werkzame stoffen is echter nog vooral ingericht op de risico’s van chemische stoffen. Voor plantenextracten en semio chemicals zoals feromonen (lokstoffen) is inmiddels wel toetsingskader ontwikkeld, maar micro-organismen en virussen blijven daarbinnen nog een beetje een vreemde eend. Met de toenemende vraag naar ‘groene middelen’ zijn inmiddels wel overal in Europa experts druk bezig ook hiervoor een beter passend toetsingskader te ontwikkelen.

Biotec 8 brengt een 100% biologisch middel op de markt dat ook daadwerkelijk zonder welke chemische toevoeging of biocide dan ook. Met een vernevelaar kan je in betrekkelijk weinig tijd hele grote oppervlakken besproeien en de probiotica hun werk laten doen.